Aa
?
!
123
?
keke's dutch
all lessons
home
verbs
doing words and how they change
to have & to be
hebben & zijn (have / be)
verbs change
how verbs change: ik slaap, jij slaapt...
now & soon
saying what you do now and soon
talking about the past
saying what already happened
willen · kunnen · moeten
ik wil…, ik kan…, ik moet…
gaan · komen · doen
ik ga…, ik kom…, ik doe…
eten · drinken · wonen
ik eet…, ik drink…, ik woon…
was & had
ik was …, ik had …