keke's dutch all lessons
home

verbs

doing words and how they change

to have & to be

hebben & zijn (have / be)

verbs change

how verbs change: ik slaap, jij slaapt...

now & soon

saying what you do now and soon

talking about the past

saying what already happened

willen · kunnen · moeten

ik wil…, ik kan…, ik moet…

gaan · komen · doen

ik ga…, ik kom…, ik doe…

eten · drinken · wonen

ik eet…, ik drink…, ik woon…

was & had

ik was …, ik had …